INTERVIEW CASPER – ADAM TOREN – 3FM

Kensington-gitarist Casper: “Het enige wat je hoopt is dat mensen het liedje mooi vinden”

Met een net uitgebrachte nieuwe single, een album op komst en een exclusieve show in de A’DAM Toren in het verschiet, moesten we wel even bijpraten met Kensington. We spraken met gitarist Casper Starreveld over de nieuwe plaat, het succes en de toekomst.

http://www.3fm.nl/nieuws/detail/365265/Kensington-gitarist-Casper%3A-%22Het-enige-wat-je-hoopt-is-dat-mensen-het-liedje-mooi-vinden%22

Casper, hoe is het nu met je?
“Ja, top! We waren natuurlijk wel een beetje gespannen over hoe de nieuwe single ontvangen zou worden. Gezonde spanning!”

Ja, zijn jullie nog steeds gespannen als je iets nieuws uitbrengt?
“Ja, joh! Als je zo lang in de studio zit, weet je op een gegeven moment niet meer of dat wat je hebt gemaakt nog wel zo goed is. Je twijfelt altijd als muzikant over hoe de fans gaan reageren. Nu zijn we vooral opgelucht en trots. De goede reacties maken een hele hoop goed en dat geeft vertrouwen voor de rest van de plaat.”

Wat is er voor jullie veranderd in de afgelopen jaren?
“Het succes, vele touren, vaak van huis zijn en op elkaar aangewezen zijn heeft veel invloed op ons gehad. Er waren zeker momenten waarop ik bij mezelf dacht: jeetje het begint mijn leven te beheersen. Maar aan de andere kant krijg je de kans om de hele wereld te zien.

Heeft dat ook met controle te maken? De titel van jullie nieuwe album is natuurlijk ‘Control’.
“Zeker. Dit is het moment dat je soms de controle dreigt te verliezen en het goed voelt om hem dan weer terug te pakken. Ik denk dat iedereen wel eens in zijn leven te hard werkt of in een relatie zit die niet zo happy is. Iedereen heeft hang naar controle. Maar soms is het ook erg fijn om iets over je heen te laten komen. Die balans is spannend, interessant en erg relevant voor ons nu.”

Zijn jullie een beetje controlfreaks?
“We zijn allemaal op een andere manier wel een beetje controlfreaks, ja. We hebben allemaal een eigen eilandje waar we de baas over willen zijn. Aan de andere kant hebben we de afgelopen jaren ook geleerd om dingen uit handen te geven. Je moet niet overal iets over vinden of zeggen. Dat is een trekje van de moderne mens. Soms is het lekker om dat los te laten. Er zit een zekere ongezondheid in het zijn van een controlfreak. Onze nieuwe plaat gaat over controle houden en controle verliezen.”

‘Do I Ever’ is de eerste single en heeft wel duidelijk de Kensington-sound, als we dat zo mogen zeggen
“Dat mag zeker! ‘Do I Ever’ is een brug. Ik denk dat het beter werkt om mensen eerst rustig te laten wennen aan iets nieuws, dan in een keer, bam, het roer om te gooien. De song is tekstueel wel heel anders dan bijvoorbeeld ‘Streets’. ‘Do I Ever’ voelt als een soort anthem, maar dan wel één die ergens over gaat. Weet je, soms is het lekker om je vuist in de lucht te steken en een nummer te maken waarmee je geen wereldproblematiek gaat oplossen, maar bij deze track wilden we graag wat meer zijn.”

Waar is hij ontstaan?
“Dit was een track die we live met elkaar in de ruimte hebben geschreven. Hij heeft echt een live-gevoel. We vonden het belangrijk om met energie en power terug te komen. En dat heeft dit nummer heel erg. We waren het al heel snel met elkaar eens dat dit de eerste single moest worden. Het gevoel: we zijn weer terug!”

‘Do I Ever’ is nu een paar dagen uit en de streams gaan keihard en jullie zijn uitgeroepen tot 3FM Megahit. Houden jullie vast aan verwachtingen en of die waar worden gemaakt?
“Nee, niet echt. Het enige wat je hoopt is dat mensen het liedje mooi vinden. Super suf, I know. Maar je wilt gewoon dat mensen naar je show blijven komen omdat ze het vet vinden. Wij willen muziek maken. Daar worden we zelf het gelukkigst van. Zeker na jaren van touren en veel afleidingen hebben we ons gerealiseerd dat dat de kern is. Nummer 1-hits en awards zijn leuk en zeker ook belangrijk, maar het is niet de basis.”

Aan welke afleidingen moesten jullie ontkomen?
“Randzaken… Elke band heeft natuurlijk een fase van ‘op het randje van ontsporen’ zitten. Je hebt net iets te veel gefeest op tour en er zijn veel verleidingen, maar uiteindelijk kom je erachter dat die dingen ook randzaken heten met een reden. Het is niet de bedoeling dat het ten koste gaat van wat je echt doet. Dat betekent soms iets vaker repeteren in plaats van naar drie feestjes gaan. Ik had het niet willen missen hoor, maar het is goed voor een band om een ontwikkeling door te maken. Ik luister liever een goede demo terug, dan dat ik op mijn telefoon een paar dronken foto’s van een wilde avond terugkijk. We merkten alle vier dat we daar het meeste voldoening uithalen, maar daar moesten we wel samen achterkomen.”

Is er nog die jongensdroom om de grootste band ter wereld te worden?
“Haha, wij hoeven niet per se de wereld te veroveren. Een household name in Europa worden is ons doel. Dat men onze naam kent. Op korte termijn is het nu ons doel om de beste plaat te maken die we konden maken en dat hebben we gedaan. Dat klinkt als een marketingcliché , maar voelt anders. Deze plaat moet een bruggetje slaan naar de toekomst.”

We hebben het nu de hele tijd over het ‘doel’, maar maak mij niet wijs dat jullie niet dromen. Dat is ten eerste mens-eigen en al helemaal artiest-eigen.
“Het suffe is dat als je zoveel bereikt, dit klinkt een beetje ‘opa vertelt-achtig’, je jezelf afvraagt waar je nu nog voor moet gaan. Dat is het enige nadeel van dit leven. Waar moet je weer van dromen? Dat is een luxeprobleen, dat realiseer ik me heel goed. Daarom moet het nu niet zitten in groter. Als je drie keer een stadion kan vullen, waar moeten we dan nog van dromen? Dan gaat het in de kwantiteit zitten. Het is nu belangrijk om hetgeen dat we in ons hebben op tape te krijgen.”

“Maar als ik moet dromen, lijkt het me wel vet om in Japan te spelen. Met Armin van Buuren gaan we natuurlijk al de hele wereld over, maar wel onder zijn vlag. En ach als ik om vijf uur ‘s ochtends op een vliegveld in Servië zit, droom ik van de gehaktballen van m’n moeder. Het is allemaal anders dan een paar jaar geleden. Dat is mooi om je te beseffen, maar je raakt een beetje verwend en daar moet je voor oppassen. Je mag best de teugels laten vieren, maar je moet je hele identiteit en bestaan niet alleen definiëren op basis van je succes. Je moet oppassen dat het niet je persoonlijkheid overneemt en bepaald wie je bent.”

Over teugels laten vieren gesproken. Vrijdag spelen jullie een hele intieme sessie in de A’DAM-Toren in Amsterdam. Is dat spannend zo’n kleine setting?
“Best wel, maar voornamelijk heel leuk. Het zal zeker een knus sfeertje hebben. Ik hou daar wel van. En ik hoorde dat je op de toren kan schommelen. Dat wil ik ook doen!”