INTERVIEW – KENSINGTON BEKRITISEERT ‘AFZEIKCULTUUR’

KENSINGTON BEKRITISEERT ‘AFZEIKCULTUUR’
by Judith Katz

Vultures is het product van twee zinderende jaren sinds debuutalbum Borders voor de Utrechtse band Kensington. “We waren klaar voor een volgende stap”, zegt gitarist Casper Starreveld tegen Nu.nl.

http://www.nu.nl/muziek/2812815/kensington-bekritiseert-afzeikcultuur.html

“Internationale allure”, roept 3FM-dj Giel Beelen in zijn microfoon nadat hij voor het eerst single Send Me Away heeft gedraaid. Internationaal is ook precies hoe de Utrechtse band Kensington zich presenteert met het uitbrengen van tweede album Vultures en met shows ver over de grens, op exotische plekken als in Indonesië en Servië.
Toch vindt Kensington het moeilijk om in Nederland echt voet aan de grond te krijgen. “Er is een soort rare standaard van credibility die je moet halen”, vindt gitarist Casper Starreveld. “Dat komt misschien door de Nederlandse mentaliteit, dat Nederlandse bands op de een of ander manier eigenlijk nooit goed kunnen zijn”, vult bassist Jan Haker aan.

“Het alom bekende maaiveld”, concludeert Starreveld. “De uitzonderingen zijn de paar bands die het in het buitenland goed doen, die dan op een gegeven moment tóch door Nederlanders vet gevonden worden.” Kritiek op de “afzeikcultuur” die in Nederland zou heersen rondom vaderlandse bands schemert door in de nieuwste single Send Me Away.

Kwetsbaar
“Of je nu muziek maakt, tekent of bijvoorbeeld een essay schrijft, je stelt je als artiest altijd heel kwetsbaar op”, legt Starreveld uit. “Het nummer is eigenlijk een ‘fuck you’ tegen mensen die daar misbruik van maken. Dat is gewoon kut, af en toe”, verzucht hij. Vergeleken met de debuutplaat is Vultures tekstueel gezien dan ook een stuk donkerder.
“Zelfs de vrolijke liedjes hebben toch vaak een soort van kritische, misschien beetje onrustige, blik op de wereld”, vertelt Starreveld. Kensington durfde het desondanks aan om in het buitenland aan de weg te timmeren. “Het is echt bijzonder voor ons om in dit stadium al dingen buiten de grenzen te doen.”

Verwend
“In elk land moet je eigenlijk ook weer opnieuw beginnen, terwijl je in Nederland toch een bepaald soort standaard hebt opgebouwd die je misschien verwend maakt”, denkt Starreveld. “Je wordt dus echt weer even op scherp gesteld en je moet gewoon laten zien dat het om de muziek gaat”, stelt Haker.

“Servië was op een bepaalde manier heel cool, want het voelde weer heel punkachtig. Het drumstel hing aan elkaar met een stel touwen en gewoon met z’n vieren daar een beetje pielen.” Indonesië bleek eerder een walhalla. “Het was bijna een snoepreisje”, lacht Starreveld.

Luisteren
Naast al het spelen, werkte de band ook aan album nummer twee. In een studio in Berlijn werden de nummers geschreven, terwijl af en toe andere artiesten binnenliepen. “Een paar deuren verderop zat bijvoorbeeld Rutger Hoedemaekers (Bart Constant, red.) en die kwam dan ook af en toe luisteren”, herinnert Starreveld zich.
“Natuurlijk hou je zelf altijd de controle over je muziek en maak je zelf uiteindelijk de beslissingen, maar het is wel heel tof om van al die creatievelingen om je heen een beetje input te krijgen, waardoor het proces heel smooth en open blijft”, licht Starreveld toe.

Mailtje
Gesterkt door creativiteit en ambitie besloten de mannen een mailtje te sturen naar Cenzo Townshend, bekend van zijn werk met Editors, Bloc Party en Snow Patrol. Zijn manager bleek in eerste instantie niet geïnteresseerd maar Townshend zelf nodigde de mannen bij een tweede keer aandringen en na het horen van We Are The Young uit in Londen.

“Hij had gewoon een gezinnetje en een simpele Polo”, zegt Haker over de producer. Starreveld: “Hij weet helemaal het maximale wat in de muziek zit eruit te halen door ‘down to earth’ in de muziek te duiken en alles op zo’n precieze manier neer te zetten waardoor het resultaat groter is dan de som der delen.”