INTERVIEW – TROUW

KENSINGTON: OP WEG DE POPULAIRSTE ROCKBAND VAN NEDERLAND TE WORDEN
by Joris Belgers

De Utrechtse band Kensington speelde het afgelopen jaar op zo’n beetje alle festivals. Nu is het derde album er en lonkt de Heineken Music Hall. Succes is een raar ding, vinden bassist Jan Haker en gitarist Casper Starreveld.

Ontspannen zitten bassist en gitarist van de Utrechtse rockband Kensington op een ochtend aan het Amsterdamse IJ. Zelfverzekerd in de zon. Niet te verwarren met arrogant, hoewel ze daar soms tegenaan schuren. Wanneer het gesprek bijvoorbeeld over liedjesschrijverij gaat en ze zich onbedoeld op één lijn plaatsen met The Police of The Beatles. Of: “Er is de laatste jaren geen Nederlandse band zo kort bezig die het aandurft om zoiets te gaan doen.” Toch: arrogant zijn Jan Haker (26) en Casper Starreveld (27) allerminst. Het zijn sympathieke jongens. Maar zelfverzekerd. Dat wel.

Het is zelfverzekerdheid die inmiddels terecht is. Kensington, dat verder bestaat uit zanger Eloi Youssef en drummer Niles Vandenberg, is hard op weg de populairste rockband van Nederland te worden. Het tweede album ‘Vultures’ werd een enorm succes, ze speelden vorig jaar op zo’n beetje alle festivals en vlogen op Bevrijdingsdag boven Nederland als ambassadeurs voor de vrijheid. Vandaag verschijnt album nummer drie, ‘Rivals’. Een plaat die naar eigen zeggen ‘lekker onbevangen’ klinkt. Succes werkt wel zo makkelijk.

“Bij ‘Vultures’ was het een strijd of het überhaupt zou lukken. Met ‘Rivals’ hebben we nu een beetje door hoe alles werkt. We weten inmiddels wat er bij komt kijken om in een band te zitten”, verklaart Starreveld de terugkeer van hun onbevangenheid.

Keerzijde
Want fouten zijn er gemaakt. Lessen zijn geleerd. Bij debuut ‘Borders’ stond de band bij een klein platenlabel onder contract. De wensen van dat label sloten niet aan bij wat Kensington met zijn tweede album voor ogen had. De band moest zich in de schulden steken om zich uit te kopen. Ze ontdekten de keerzijde van de muziekindustrie. Iedereen wilde een graantje meepikken. Vandaar die titel: ‘Vultures’.

“Wij hebben nooit les gehad over hoe je in een band moet zitten. Alles wat je leert, leer je omdat je het eens fout hebt gedaan. Veel bands nokken er op een gegeven moment mee. Omdat het niet lukt, of omdat gemaakte fouten te groot zijn om te herstellen. Bij ons is het gelukkig nooit té erg geweest. Het is dat cliché: als je er niet dood aan gaat, word je er alleen maar sterker van.”

Starreveld en Haker zijn blij die fouten juist vroeg in hun carrière te hebben gemaakt. Ze vergelijken het met een kasteel, dat ze langzaam moesten opbouwen. Maar heeft dat opgebouwde zelfvertrouwen niet eerder te maken met alle behaalde successen, alle airplay, alle aandacht, dan met gemaakte fouten?

“Als het voor de wind gaat, geeft het wel wat rust”, geeft Haker toe. “We analyseren dingen niet meer eindeloos. Daar wordt de muziek ook weer beter van.”

Vennootschap onder vrienden
De rockband als bedrijf. Een vennootschap onder vrienden. Waar ze alle vier flink in hebben geïnvesteerd: geld lenen bij ouders, het stoppen met studeren, het opzij schuiven van een sociaal leven. Maar het was het waard. “Ook als we nu niet waren geweest waar we nu zijn.”

Kensington speelde in een jaar op zeventig festivals en in dertig clubs. Zo lang de energie dat toeliet werd tussendoor aan nieuw materiaal gewerkt. Debuutplaat ‘Borders’ klonk rauwer dan opvolger ‘Vultures’, vol met catchy radiovriendelijke rocksongs. De nieuwe plaat ‘Rivals’ gaat op die weg door, met soms een nog gelikter randje.

“Maar het is wel echt”, bezweert Starreveld. “Het is wat we zelf vet vinden, ook al is dat soms moeilijk te geloven. Wij vinden het een uitdaging om binnen drie, vier minuten een punt te kunnen maken. Zoals The Police dat kan, of The Beatles. Het gaat om details binnen het uitgewoonde stramien van het popliedje. Dat is een grotere uitdaging dan een psychedelische jam van tien minuten”, zegt Starreveld.

In februari en maart hebben ze in Berlijn in alle rust aan ‘Rivals’ kunnen werken. Het zakelijke werd even op afstand gehouden. “Repeteren en muziek schrijven blijft het belangrijkste. En het leukste”, zegt Haker. Waren ze dat even kwijt? “Ik merk wel dat ik het weer makkelijker vind om het leuk te vinden in de band”, zegt Starreveld, niet zonder aarzeling.

“We hebben ontzettend genoten van die maanden in Berlijn. Vroeger móesten we alles met zijn vieren beslissen. Móesten we alle vier in de studio zitten als Jan baslijntjes aan het opnemen was. Nu was er de ruimte om tegen een uur of vijf een biertje open te trekken, of de stad in te gaan als de anderen bezig waren.”

Een raar ding
Door het succes was er minder druk om zichzelf te bewijzen. Maar tegelijkertijd waren er weer verwachtingen. Het is een raar ding, dat succes, zeggen de twee. Met bekendheid komt ook de kritiek. Het is makkelijk afgeven op hoge bomen. “Je ziet het bij Kane. Sommige bands worden op een gegeven de band you love to hate. Daar ben ik wel bang voor”, zegt Starreveld. “Maar als mensen je een kutband willen vinden doen ze dat toch wel.” Ze waken er wel voor. “Don’t be a dick.” Ze hóeven niet na de shows zelf shirts te verkopen of met fans een praatje te maken. Maar doen het wel.

En straks, in februari, staan ze voor het eerst in de Heineken Music Hall. “Of het de juiste keuze is, geen idee. Er is de laatste jaren geen Nederlandse band zo kort bezig die het aandurft om zoiets te gaan doen. Het blijft spannend of die zesduizend man wel allemaal komen.” Terugkomend op die arrogantie: Kensington staat nog altijd met beide benen op de grond.

http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/3715567/2014/08/08/Kensington-op-weg-de-populairste-rockband-van-Nederland-te-worden.dhtml